Nu heb ik Gaza in huis

Bevindingen en emoties

Tijdens een van de eerste maanden van dit jaar kreeg ik als leidinggevend verpleegkundige van een tweetal collega’s een uitnodiging. Het betrof een vraag om mee te gaan naar Gaza. De vraagstellers waren collega’s die ik geruime tijd vol interesse volgde in hun aktiviteiten aldaar, werkzaam als kernteamleden van de stichting Kifaia. Vol gretigheid heb ik toegestemd om hen te vergezellen, in mijn optiek voorzien van voldoende informatie in woord en beeld om te weten welke wereld ik zou instappen. Niets bleek minder waar, zoals ik zou gaan ervaren.

We kwamen zaterdagochtend aan bij een uitgestorven Erez, het voorportaal van de voor mij nog onbekende Palestijnse wereld. De beklemmende stilte was indrukwekkend; waar ik rijen Palestijnse arbeiders had verwacht, liepen wij gevieren door een soort van verlaten niemandsland, waar voelbaar was dat de huidige rust allerminst permanent was.
Eenmaal in Gaza werd ik direkt getroffen door de extreem armoedige uitstraling; de scheidslijn was abrupt getrokken. Welcome to Gaza….

Vanaf dat moment is de emmer gaan vollopen; de waanzinnige opeenstapeling van indrukken bleef binnenkomen, zonder adempauze of time-out. Wanneer je een eerste maal in Gaza verblijft, gaat de realiteit fors aan je schudden. De confrontatie met een wereld, waar onderdrukking alom aanwezig is in alle denkbare vormen; mannen zonder werk door de afsluiting van grenzen, huisvesting van de meest povere aard, waarin gezinnen met twaalf of meer kinderen onder erbarmelijke omstandigheden bivakkeren op dunne matrasjes, vluchtelingenkampen waar mensen zonder huis of haard door hun bezetters wederom worden verjaagd, de constante dreiging van bombardementen, die het dagelijks leven ontwrichten en – in strijd met de officiële berichtgevingen – allerminst slechts militaire doelen treffen. En de honderden kinderen die, door de omstandigheden gedwongen, met enkel stenen gewapend de kansloze strijd aangaan tegen tanks en sluipschutters.

Ik dacht als hulpverlener een zuiver medische problematiek aan te gaan; jonge kinderen, slachtoffers van de intifada. Schotwonden, zuivere diagnoses, basale vraagstellingen en heldere oplossingen. Totdat wij geconfronteerd werden met jongens die, net herstellende van hun wonden, zich weer opmaakten voor een volgend “gevecht” met de Israëlische strijdmacht. Kanonnenvlees oplappen, zo verwarrend leek het mij. De immense psycho-sociale problematiek werd glashelder met het ontmoeten van een jonge knaap, Nasser, die tijdens de eerste dagen van de intifada aan barrels was geschoten. Een fragiel, depressief hoopje mens, in z’n rolstoel overeind gehouden door een corset, letterlijk (gezien z’n huisvesting) en figuurlijk als een held op handen gedragen, zonder dat z’n omgeving ook maar enigszins oog had voor z’n reële belevingswereld; z’n schaamte voor het incontinent zijn, zijn afhankelijkheid, het gegeven dat hij z’n kameraden niet meer kon volgen in het aangaan van de strijd tegen de bezetters. Op het vlak van de fysieke zorg waren de doelen in samenwerking met het palestijnse team van het Gaza Home Care Program snel helder in kaart gebracht. De complexiteit van de problematiek bleek echter immens. En dan te bedenken dat de buitenlandse ziekenhuizen vol liggen met jongens als Nasser, die er net zo of nog erger aan toe zijn. Anja liet mij een dikke bundel A4-tjes zien, twee vingers dik. Een opsomming van alle intifada-slachtoffers, duizenden. Een deel van de zwaar gewonden die nu nog in het buitenland in het ziekenhuis liggen zullen de komende tijd weer terug komen naar Gaza. Het jonge team van het Gaza Home Care Program gaat de komende maanden geconfronteerd worden met een onvoorstelbare problematiek….

Het moment van vertrek was bijzonder emotioneel; er was in een paar dagen tijd een unieke band geschapen. Zoals Yehia, de fysiotherapeut, zei: “wij zijn de ene hand, en jullie de andere, samen kunnen wij klappen”. Op de terugweg vlak voorbij Erez overviel mij – wellicht mede door het wederom schrijnende contrast van de Palestijnse wereld en de ‘buitenwereld’ – de pijnlijke realiteit. Wij mochten de Gaza-gevangenis verlaten en lieten onze vrienden achter in hun onvrijwillige situatie.

Op het vliegveld bij Tel Aviv kwam de eerste emotionele ontlading; frustratie, machteloosheid, woede, ongeloof en verbijstering werkten zich in volle glorie naar buiten. Spijtig genoeg diende ik nog geruime tijd op de terugvlucht te wachten; de omgeving voelde zeer ongepast!

Nu, weken na het bezoek aan Gaza, blijft het proces van verwerken nog volop voortgaan. Het is moeilijk – zoniet onmogelijk – om met mensen thuis over de situatie in de Gaza te praten. Blijkbaar heeft de bijzonder eenzijdige verslaggeving z’n vruchten afgeworpen; de beeldvorming van ons westerlingen wat de Palestijnen betreft is onvoorstelbaar gekleurd en allerminst zuiver. De macht van de media wordt weer eens duidelijk. Gesprekken over Gaza krijgen al gauw een politiek getinte lading, waarbij goed en slecht voor menigeen bijzonder zwart-wit is. Ik heb de Palestijnen beloofd dat ik de mensen thuis zou vertellen over hun situatie. Het onbegrip en de desinteresse die ik alhier ervaar maakt dat allerminst eenvoudig.

Vlak voor de terugreis kregen wij van onze Palestijnse vrienden ieder een bos Gazaanse anjers mee. Ze hebben een lange terugreis onwerkelijk goed weerstaan. Ik kon er niet omheen om in hun hardnekkigheid om te verwelken een vergelijk te trekken met het volk dat ik in Gaza heb mogen ontmoeten……..

Ik ga absoluut terug.