Column Fadoua Bouali, 25 jan 2009

Via BBC-world heb ik hier in Tanger de inhuldiging van Barack Obama gevolgd. Soms snak je naar frisse lucht en met de beelden van de inhuldiging kwam er voor het eerst sinds tijden een aangenaam briesje binnen, nadat de tv wekenlang Palestijnse lijkengeuren had uitgewalmd.

Vooral de gebeden tijdens de inauguratieceremonie vond ik zo inspirerend dat ik zelf weer in mijn heilige boek ben gedoken.

Ik moet bekennen dat door de gruwelijke beelden van verminkte lijken uit Gaza, ik op spiritueel en religieus gebied even was uitgeschakeld en nergens een sprankje hoop uit kon putten.

In alle winkeltjes hier in Marokko staat de tv op Al Jazeera. Als ik bij de kruidenier mijn boodschappen ga doen, worden net beelden uitgezonden van een aantal wereldleiders die bij elkaar zijn om over het Israëlische geweld te overleggen. Elke keer wanneer een Arabische leider het woord neemt, wordt deze woedend vervloekt door de winkelier.

President Mubarak wordt uitgemaakt voor een vuile hond die in de hel mag branden. Wanneer de Duitse Bondskanselier aan het woord is, vraagt de vrouw naast mij wie die blonde vrouw is. De winkelier die uit de koelkast een pak melk pakt, kijkt op en zegt tegen haar dat dat de Duitse leider is. De vrouw begint nu op haar beurt te tieren en roept woedend waarom ze de Palestijnen niet helpen.

Thuis probeer ik het nieuws verder te volgen, maar na een tijdje besluit ik Al Jazeera weg te zappen omdat er maar geen einde aan de ellende lijkt te komen. Het is te schokkend, de beelden van overlevenden die in het puin op zoek gaan naar familieleden. Een jongeman roept om hulp, om een dode oom tussen de stenen uit te trekken.
Beelden van een vliegtuig dat fosforbommen op Gaza gooit. Nog meer schokkende beelden, van een dode vrouw met wijd opengesperde ogen. Haar gezicht ziet zwart. Ik vraag me af of het verbrand is, of dat er zwarte as op het gezicht is neergedaald.
Een jongetje van een jaar of 6 die huilend op zoek lijkt naar… ik weet niet naar wie hij op zoek is. Misschien zijn vader, moeder, broer of zusje?

Ik zapte weg en viel met mijn neus in de boter, in de film Titanic. De boot staat op het punt te zinken. De geliefden Jack en Rose klampen zich aan elkaar vast en beleven hun laatste momenten van samen zijn, terwijl de dood ze met de minuut nadert.
Jack wordt meegenomen door de dood en Rose overleeft de scheepsramp. Aan het einde zie je hoe Rose als oude vrouw overlijdt en wordt herenigd met haar geliefde Jack, die al die tijd op haar heeft gewacht.
Deze scheepsramp heeft aan 1.500 mensen het leven gekost. Ik kon het niet laten steeds aan Gaza te denken. De dodenteller heeft daar nog niet de 1.500 bereikt, maar nu misschien inmiddels wel.
Ik vroeg me af hoeveel van die 1.500 mensen met onze huidige reddingsmaterialen gered hadden kunnen worden.
We zouden ze toch gaan redden, ja toch?

Maar waarom hebben we de kinderen, vrouwen, ouderen en ongewapende mannen in Gaza niet willen redden van de monsterlijke Israëlische aanvallen, vraag ik me steeds af.
Deze mensen hebben ook dagenlang, urenlang, minutenlang, secondenlang in doodsangst gewacht tot het moment dat zij werden getroffen door kogels, bommen, gebouwen die hen zouden verpletteren, fosforbommen die hen levend zouden verbranden.

Nu het Israëlische geweld lijkt te zijn gestopt, is het tijd de doden bij elkaar te rapen en ze te begraven. Het is tijd troost te zoeken voor de achterblijvers.
Zoals we weten van de Titanic, weten we dat ook zij eens zullen worden herenigd met hun geliefden. Volgens de islam zijn onschuldig vermoorde mensen niet dood, maar voor eeuwig in leven, in de nabijheid van God. Ik moest denken aan de verwensingen geadresseerd aan Israël van mensen die zich boos en machteloos voelen.

In de Koran zoek ik naar gerechtigheid en vind daar in soera Faatir, 46, het volgende: ‘En indien Allah de mensen zou straffen voor hetgeen zij doen, zou Hij geen schepsel op de oppervlakte ervan achterlaten; maar Hij schenkt hun uitstel tot een vastgestelde tijd; en wanneer die vastgestelde tijd komt: voorwaar Allah kent Zijn dienaren goed.’

Moslims bidden massaal voor de vele slachtoffers die in Gaza zijn gevallen. Daarnaast bidden ze om de vernietiging van Israël vanwege het bloedvergieten dat het land heeft aangericht. Allah verhoort veel gebeden maar ook veel gebeden legt hij met een glimlach naast zich neer, lees ik in een islamitisch boek.

De uitspraak ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ die gedaan is tijdens een demonstratie tegen het Israëlische geweld, is ongehoord, vooral omdat er tegen het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, wordt gedemonstreerd. Met hun uitspraak plegen de demonstranten hetzelfde onrecht tegen onschuldige Joden.
Helaas heeft Israël met deze laffe oorlog tegen de Palestijnen in Gaza veel haat gezaaid jegens onschuldige Joodse gemeenschappen elders in de wereld.
Wat we hebben overgehouden aan dit bloedvergieten zijn de levensechte beelden; meer dan genoeg materiaal voor Hollywood om er een bloedstollende film over Gaza van te kunnen maken. Een kaskraker die zelfs de film over de Titanic zou overtreffen.