Bericht van het slagveld, Gazabezoek februari 2009

Gazastad, vrijdag 20 februari

Verbijsterd. In tranen. Woest.  Sprakeloos.

Nooit in mijn leven  ben ik zo diep geraakt geweest door wat mensen elkaar  op zo’n grote schaal aan kunnen doen. Vanmiddag hebben we met ons Kifaiaploegje, samen met een paar collega’s van het NCCR een rondje “oorlogstoerisme” gemaakt door de noordelijke zijde van de Gazastrook. Ik had de beelden op TV gezien, had me op het ergste voorbereid, met de ervaringen van de uitgebreide verwoestingen in Rafah van 5 jaar geleden nog redelijk vers in het geheugen. Maar wat zich hier heeft afgespeeld overtrof werkelijk alles. Hele wijken zijn met de grond gelijk gemaakt. Wat rest zijn vreselijke hopen grijs beton, in elkaar gezakte huizen, met her en der nog een matras, een deken, schoenen, verpletterd meubilair, ten teken dat de bewoners nog net de kans hebben gekregen om te vluchten, maar al wat hen nog rest is slechts hun eigen leven. Tussen de puinhopen kleine tentenkampjes, zoals ik die ken van de TV. Op en tussen de puinhopen mensen, sommigen van hen nog volledig in shock, anderen die met een voorhamer bezig zijn om het staal uit het beton te hakken. We spreken een man die bij de resten staat van wat eens zijn kuikenbroederij was. 15 jaar keihard aan gewerkt, alles in een klap weg. In gebrekkig Engels vertelt hij zijn verhaal, hij hoort dat we uit Nederland komen. Hij vertelt dat de eieren die er uitgebroed waren uit Nederland kwamen. Dat hij ze kocht in Israel en dat hij niet snapt dat ze juist zijn bedrif moesten bombarderen want dat was toch ook slecht voor de economie van Israel. Als we afscheid nemen zegt hij ook nog ‘ thank you very much’ . Ik ben in tranen. Even verderop staan Deny en Anja te praten met de manager van een verwoeste betonfabriek, de grootste van Gaza. Een familiebedrijf, 60 jaar oud, opgericht door zijn ouders toen die uit Beer Sheva moesten vluchten. Onder de puinhopen van verwrongen stalen pijlers en aluminium dakplaten ligt een betonwagen op zijn kant. Alles weg, 70 mensen werkloos, en dus ook een probleem voor al die mensen die afhankelijk zijn van die inkomens. Even verderop spreken we een familie van koeienboeren. Een van de broers verloor zijn vrouw en 2 dochters. Alle koeien dood. Huis in puin. De familie zit buiten op een geïmproviseerd stoepje. Te overleven. Ze slapen ‘ s nachts in een nabij gelegen school. Ook niet zo’n heel veilige plaats, zoals we weten, maar ja, je moet toch wat als je niet kunt vluchten…

De American School, een grote ruïne. Lijkt me toch niet echt een Hamas bolwerk

Volgende wijk, ook tientallen woningen weg, gewoon helemaal….weg. Als Israel dit precisiebombardementen noemt met als doel om zoveel mogelijk burgerslachtoffers te sparen hebben de piloten en tankschutters die dit aangericht hebben geen vuiltje maar een hele eikenboom in hun ogen gehad.

De massaliteit van de vernietigingen, de orgie van geweld die zich hier afgespeeld heeft, ik heb er echt geen worden voor. En de wereld keek  toe. En ging over tot de orde van de dag.

Joes Meens