Khaled Abu Zaid

Beste vrienden in Nederland,

We komen woorden tekort om te beschrijven wat de burgerbevolking in Gaza allemaal heeft meegemaakt. Het enige wat we kunnen zeggen is dat er geen enkele veilige plek meer was, voor niemand, en dat iedereen het gevaar liep gedood of gewond te worden.

Behalve de duizenden die zijn gedood of gewond, zijn er meer dan 24000 mensen die dakloos zijn geworden door de gevechten en de aanvallen uit de lucht. Ook de mensen die hun toevlucht zochten in de noodopvang van de UNRWA waren niet veilig, in een van de VN scholen die werd beschoten verloren 43 mensen die er kwamen schuilen het leven en werden er meer dan 50 gewond. Ouders konden hun kinderen nergens meer in veiligheid brengen.

Deze nieuwe crisis volgde op de vorige, de militaire blokkade van 18 maanden, die al grote schade aanbracht in ons dagelijks leven. De infrastructuur van onze samenleving functioneerde niet meer, en bijna alle dienstverlening stopte.

Vooral het gebrek aan benzine maakte dat er bijna geen noodhulp meer gegeven kon worden aan de mensen die er slecht aan toe waren – en alles werd moeilijker: eerste hulp, medische verzorging, de communicatie, de elektriciteit, de transport van voedsel, de watervoorziening – alles stond bijna stil.

Toen de eerste golven van gewonden kwamen was er veel te weinig om ze op te vangen, en dat gold ook voor de andere zieken die dringend hulp nodig hadden.

De helft van onze bevolking bestaat uit kinderen, zij hebben dringend medische hulp nodig, voedsel, psychologische ondersteuning en hulp bij het verwerken van hun trauma’s. Kinderen zijn de grootste slachtoffers, ze zijn niet alleen verstoken van hun meest basale rechten als kind, op veiligheid, maar ook al hun andere rechten die hun welzijn moeten garanderen, als onderwijs, voeding, een dak boven hun hoofd zijn op dit moment voor velen onbereikbaar. Kinderen zijn de allereersten die er recht op hebben beschermd te worden tegen oorlogsgeweld.

Wij van het National Center for Community Rehabilitation hebben op verschillende manieren te lijden gehad onder de Israëlische aanval op Gaza:

  • Onze dependance in Midden-Gaza is geheel verwoest, alle ramen en deuren zijn eruit, de muren staan op instorten en zijn niet meer veilig. Het meubilair is compleet kapot, onze dossiers en administratie zijn niet meer te redden, onze voorraad aan medische spullen is beschadigd, dat is voor ons een enorm verlies en we zullen heel hard moeten werken om het weer in orde te krijgen.
  • Onze dependance in het zuiden is ook erg beschadigd, maar staat nog en is waarschijnlijk nog wel te redden.
  • Het kantoor in Gaza-stad mist ramen en deuren, en twee computers zijn beschadigd.
  • Een van de auto’s van het NCCR is met kogels beschoten en beschadigd.
  • De audiologie-kliniek is bijna helemaal verwoest. De hoorapparaten, de computers, de meetinstrumenten, de computers en het meubilair zijn kapot, en alle ramen zijn eruit.
  • Een van onze chauffeurs is gedood in Beit Lahya, samen met zijn broer en neef.
  • Mona Hassouna, een lerares van onze dovenschool, werd gewond, en van twee van onze mensen, Rahma Abu Namous van de kleuterschool, en van onze tuinman Jouda Zayed werd het huis verwoest.
  • En bijna al onze medewerkers hebben thuis grote schade, aan ruiten, deuren, muren, watertanks, enzovoorts.
  • Over het home care programma: tijdens de aanvallen hebben we alleen de meest urgente gevallen kunnen bezoeken, en alleen in een aantal gebieden. Wij konden bijvoorbeeld niet naar ShejaiYa en Zeitoen, beide wijken in Gaza-stad en ook niet naar het noorden, omdat dat voor onze mensen te gevaarlijk was.

De kinderen van de dovenschool hadden wintervakantie.
Wij zijn ons ervan bewust dat ons in de komende tijd een grote taak wacht: door het hoge aantal gewonden rekenen we op minstens duizend nieuwe mensen met een blijvende handicap die een beroep zullen doen op onze zorg. En alle kinderen die onder onze zorg komen hebben psychologische hulp nodig omdat veel van hen zwaar zijn getraumatiseerd.

In de afgelopen week zijn de teams van het NCCR weer begonnen met huisbezoeken aan 140 gewonden. Wat we aantroffen waren veel botbreuken in armen en benen, verwondingen aan het hoofd,  granaatscherfwonden over het hele lichaam en zware brandwonden. Dat  waren de mensen die al thuis waren. De teams brachten ook al bezoeken aan de ziekenhuizen om te zien wat ons te wachten staat, de zwaarder gewonden zijn nog niet naar huis: we troffen veel mensen aan met amputaties, en derde- en vierdegraads verbrandingen.

Op dit moment hebben we al 35 nieuwe mensen met verwondingen en handicaps opgenomen in ons huisbezoeken programma.

Verder hebben we in de afgelopen tijd een vergadering gehad met andere organisaties die zich bezighouden met revalidatie, plus met het ministerie van Gezondheid, en de revalidatie-afdeling van de UNRWA, om de noodzakelijke hulp en zorg in de komende tijd beter te kunnen coördineren, nu er zo’n enorm aantal nieuwe gevallen bij komt.

We vragen jullie om ons bij te staan in de zware taak die ons nog wacht.