HET VERHAAL VAN HEBA

Een recht dat niet beschermd wordt, zal verloren gaan

Door Heba Abu Foul

Werken is een recht. Ook voor gehandicapten. In mijn land hebben we dat recht wel, maar we krijgen het niet. In het bijzonder voor gehandicapte vrouwen zoals ik is werken belangrijk. Werk geeft ons aanzien in de familie en in onze gemeenschap. Het maakt dat we financieel en geestelijk onafhankelijk zijn. Een gehandicapte vrouw die werkt heeft een eigen identiteit en is niet alleen patiënt.

Mijn leven lang heb ik moeten vechten om naar school te kunnen. De slechte straten in Gaza, ontoegankelijke schoolgebouwen en mijn gezondheidstoestand waren niet de enige obstakels. Ook bij mijn klasgenoten vond ik weinig steun. Toen ik de leeftijd had naar de universiteit te gaan ondervond ik weerstand van bijna iedereen in mijn omgeving. Wat zou ik meer van het leven verwachten dan lekker warm thuis te zitten, beschut van felle zomerzon en harde Gazaanse winterregens? Dat kreeg ik vaak te horen. Maar dankzij de nooit aflatende steun van mijn familie speelde ik het klaar cum laude mijn bachelor multimedia te halen – tot grote verrassing van mijn kwelgeesten.

Eremedaille
Mijn grootste steun en toeverlaat was altijd mijn oudere zuster, god hebbe haar ziel. Haar handicap, en de moeilijke omstandigheden tijdens de eerste Intifada maakten het haar onmogelijk te gaan studeren. Het is ook haar droom die ik nu heb vervuld. Zij was het die me inschreef voor het voorbereidend onderwijs, speciaal voor mensen met een handicap. Ook mijn vader was een grote steun. Toen het hoofd van de middelbare school mij wilde weigeren omdat het gebouw niet toegankelijk zou zijn, maakte hij een oprit: een simpele plank die ik tegen de trap kon leggen.

Ik heb mij nooit geschaamd voor mijn handicap en zie mezelf als een normale jonge vrouw. Mijn handicap is als een eremedaille, omdat ik door alle tegenwerking mijn eigen kracht heb ontdekt.

Zeggenschap
Het NCCR ken ik al sinds ik een klein meisje was. Ik was het jongste lid van de verenging van lichamelijk gehandicapten, de voorloper van het NCCR. Ik kreeg er fysiotherapie, deed er aan alle activiteiten mee en heb er veel geleerd. Aan overheidsinstellingen voor gehandicapten heb ik nooit iets gehad en ik heb geen enkel vertrouwen in ze. De overheid laat hoogopgeleide jongeren met een handicap links liggen. Op hun kantoren werken alleen mensen die niets mankeren en dat neem ik de overheid kwalijk.

Het is hoog tijd voor een nationaal plan om gehandicapten te laten integreren in de gemeenschap. Daarvoor zet ik me met het NCCR in. Het moet van binnenuit komen, van onszelf. Jonge leiders met een handicap moeten samen met juristen, academici, religieuze leiders en rehabilitatiespecialisten het heft in handen nemen. Wij moeten zeggenschap krijgen over de instanties voor gehandicapten. En bovenal: wij moeten de druk op de overheid opvoeren om de gehandicaptenwet uit te voeren. Want een recht dat niet beschermd wordt, zal verloren gaan.

Heba Abu Foul is 22 jaar. Als gevolg van kinderverlamming zit ze sinds jonge leeftijd in een rolstoel. Ze is actief in de vrouwengroep van het NCCR.

Dit artikel is een bewerking van een stuk dat eerder verscheen in Al Safwa, een magazine uitgegeven door het NCCR.