Alexandra Hotke mee met Kifaia naar Gaza, juli 2005

Soms gaat er een specialist mee naar Gaza. Zoals in juli 2005 Alexandra Hotke meeging. Een fysiotherapeute die gespecialiseerd is in kinderen. Er zitten een paar prima fysiotherapeuten in de teams, maar ze werken nog een beetje mechanisch. Wel oefeningen doen met de kinderen, en de ouders leren hoe ze elke dag met hun kind kunnen werken, maar ze zien nog te veel armen en benen en niet een kind. Daarvoor hebben we Alexandra mee. De eerste dag gaat ze mee op huisbezoek. Eerste huis: grote armoede, flinke bende, veel kinderen. Het jongetje waar het om gaat ligt op een matrasje, met een witte doek over zijn gezicht tegen de vliegen. Pech gehad. Ongeluk in de auto, hersenbloeding, nu kan hij armen en benen niet bewegen, kan niet praten. De fysiotherapeut gaat aan het werk met hem, aan benen en handjes. Tot Alexandra het overneemt, die daarvoor is meegekomen naar Gaza. Zij heeft een andere methodiek geleerd. Zoekt in de rommel, en vindt een gasfles, kleedje erover, ze gaat met het jongetje er op zitten en laat zien hoe ze zijn benen kan buigen, de romp, het hoofd omhoog, precies zo ver dat de spierspanning niet te groot wordt, en kijk, zo zou hij ook kunnen zitten, misschien in een autoband, of in een badje. Als ze dat joch alleen maar op zijn rug laten liggen wordt hij alleen maar meer spastisch en hij moet wat te doen hebben, ergens naar kunnen kijken, gezelschap. Ook al praat hij niet, hij neemt waar en reageert. Je kunt meteen zien dat er veel meer leven in dat joch zit dan je dacht toen hij alleen maar op zijn rug lag.

De volgende dag geeft Alexandra les aan de teams. Over cerebral palsey, hersenbeschadiging, soms door zuurstofgebrek bij een moeilijke bevalling, soms door ongelukken of door de oorlog of een erfelijke aanleg. Soms is alleen de linker of rechterhelft van het lichaam verlamd, soms alleen de benen, soms alle ledenmaten en dan heb je ook nog spasticiteit, niet kunnen spreken. Daar is op zich niets meer aan te doen. Waar wel wat aan te doen is, is om de kwaliteit van leven te verhogen. Een kind dat zich niet zelfstandig kan bewegen en niet kan praten is nog steeds een kind. Je kunt er mee communiceren al moet je een beetje leren hoe, en – dat konden we gisteren zien en zullen we vanmiddag zien, dat kind kan tevreden en rustig zijn, misschien zelfs een beetje gelukkig, als je weet hoe je het vast moeten houden, aandacht kan geven, mee kan spelen.

Alexandre Hotka in Gaza

’s Middags zijn er vijf kinderen naar het centrum gebracht, met vader, moeder, tante of oma. Er ligt een matras op de grond, en Alexandra gaat met ze aan het werk. Eerst contact, kind geruststellen dat in een vreemde omgeving is. Het ene kind, net volop in de eenkennigheidfase, ziet er niets in. Een ander kind blijft vredig doorslapen. Een jongen van wie alleen de benen het niet doen is er helemaal bij, verlegen laat hij zien hoe hij zit, en Alexandra gaat achter hem zitten om hem te laten voelen hoe dat beter kan. Hij heeft al een hele reeks operaties achter de rug waarvan het de vraag is hoeveel nut die hebben. De strakke pezen die zijn doorgesneden. Nog één operatie, zegt Alexandra tegen het team, maar nog maar niet tegen de vader, en hij zakt helemaal in elkaar. Een ‘spina’, jongen geboren met een open rug, goed geopereerd, zoals zovaak met spina’s hartstikke slim en vrolijk joch. Er kan nog wel wat aan zijn lopen worden gedaan, zijn voeten staan scheef.

Een verfrommeld jochie dat door zijn zorgzame vader is gebracht blijkt met liefde en geduld en een goede houding veel meer te reageren dan je op het eerste gezicht zou denken. Alexandra laat het zien, als je hem op zijn buik legt, steuntje onder zijn bovenlichaam, dan kan hij een speeltje net pakken zonder in een spasme terecht te komen. Iedereen krijgt les. Zorg dat je gezicht zo in zijn buurt is dat hij niet omhoog hoeft te kijken. Niet boven hem gaan staan, niet achter hem gaan staan. Het zijn hele simpele dingen. En heel ontroerend om te zien hoe de kinderen reageren.

De twee fysiotherapeuten, Yahya en Ramzy zijn vol lof. Hier leren ze veel van. Ik was nog een beetje bang dat ze de lessen van Alexandra zouden ervaren als kritiek, als concurrentie. Maar ze hebben er plezier in.

We moeten nog even op huisbezoek bij het kindje dat het allemaal zo eng vond dat ze bleef huilen. Nog een les van Alexandra: het heeft geen zin om met een kind te werken dat niet wil, dat zich niet gerust laat stellen. Bij hem thuis is het al anders. Alexandra zingt een liedje voor hem ‘ik zag twee beren’ en opeens is dat kindje een en al aandacht. We zien ook waarom dat jongetje nerveus is, snel geïrriteerd, zijn moeder houdt hem vast als een lappenpop, voortdurend knakt zijn hoofd die hij zelf niet omhoog kan houden naar achter. In plaats van hem zachtjes te wiegen schudt ze hem veel te hard. Weer een les, hoe je hem met een paar kussens zo in een hoekje kunt nestelen dat hij zijn hoofd omhoog kan houden, zijn handjes kan gebruiken en niet in een spasme schiet.

Het zijn eigenlijk hele simpele dingen. Wat er voor nodig is, is dat je niet naar een kind kijkt als een verzameling  lichaamsdelen, maar als iemand, een klein mens met beperkingen, maar met een ziel en een hart, en een menselijke aanwezigheid. En dat is wat je in de meeste opleidingen niet leert. Ook niet overal in Nederland, trouwens.

Anja Meulenbelt