In memoriam: Abu Akram

In memoriam: Abu Akram

Het was in 2014, dat we aan tafel zaten, wij van Stichting Kifaia, met de mensen van de PMRS, de Palestinian Meidcal Relief Society. Een van hen, een oude man die niet meer werkte, maar wel nog een kantoortje had in het gebouw, was er altijd bij als er wat te vieren viel. Hij was dol op ons, want wij wilden altijd wel luisteren naar zijn verhalen, die ze in Gaza zelf al tig keer hadden gehoord, en wij waren dol op hem. Hij overleed vandaag, in de leeftijd van 79 jaar.

Door Anja Meulenbelt

Hij heette voluit Abed Al-Hadi Abu Khusa, een Bedoeïen, geboren in 1943, die als jongen tijdens de etnische zuivering die door de zionisten rond 1948 in gang was gezet, met een koe aan een touwtje te voet naar Gaza trok. Hij had nog samen met dr. Haider Abdel Shaffi, die we ook kenden, in de delegatie gezeten om de onderhandelingen in Madrid, met Israel, te voeren.
Abu Akram bleef altijd radicaal. Hij verheugde zich over de jongeren, die radicaler waren dan die tussengeneratie van hun ouders die nog gehoopt had op een rechtvaardige overeenkomst met Israel. Die jongeren geloofden daar niet meer in, net als hij daar niet meer in geloofde. Hij vond niet dat ze zich aan moesten passen. ‘Wat hebben ze daaraan’, zei hij, ‘ze hebben geen toekomst. Dat weten ze. Ze hebben niets meer te verliezen.’ Hij ook niet meer. Hij begreep wel dat hij de bevrijding niet meer mee zou maken.
Toen wij daar samen aan tafel zaten zei hij met glinsterogen: ‘we leven hier onder twee bezettingen, die door Israel en die door Hamas’. Ik schrok even, want ik zat naast een bestuurslid, die afgevaardigd was door het Ministerie voor gezondheid, Hamas dus. Ik boog me naar de man van het ministerie, en vroeg hem, alsof het een grap was, ‘mag hij dat wel zeggen?’ Waarop hij een beetje in verlegenheid gebracht lachte, en zei: ‘Abu Akram mag dat zeggen. Hij is dapper.’
Abu Akram, onze oude vriend, die we het laatst hebben gezien in 2019, toen we er waren samen met psychiater Glenn Helberg, is vandaag overleden. Ik zie zijn pretogen nog, ik hoor zijn schorre stem en hoe hij kakelend van plezier kon lachen. Een oude veteraan, een van de laatsten. Zijn nagedachtenis zij ons tot zegen.